Heel even gewoon mens (column)

Auteur: Sander de Hosson, longarts
03.01.2026
Heel even gewoon mens (column)
Auteur: Sander de Hosson, longarts
03.01.2026

De laatste week van het jaar. Een tijd waarin mijn witte jas vaak zwaarder voelt dan anders. Niet door de pennen of de stethoscoop in de zak, maar door alles wat er niet in past en er tóch ongewild in belandt: blikken, zinnen, stiltes.

De vrouw ligt naast me in haar bed, mager ('ik ben wel 20 kilogram afgevallen en ik was al nooit zwaar'), maar ik bespeur  volop leven in haar ogen. We spreken over de laatste fase en ik doe wat ik al zo lang doe: uitleggen, samenvatten, voorzichtig eerlijk zijn. 

Ik merk dat mijn stem in al die jaren rustiger is gaan klinken, geoefend bijna. Van binnen voel ik echt iets anders: een klein, wat onhandig mens dat bang is deze vrouw pijn te doen met de waarheid.

“De behandelingen zijn uitgewerkt,” zeg ik.

Ik zie dat het nieuws binnenkomt. En terwijl ik meestal kalm blijf, merk ik deze dagen iets verschuiven. Niet bij haar, maar bij mij. Misschien komt het door de maand december, ik zie zoveel verschillende emoties en gevoelens oplichten als deze donkere dagen komen. Misschien komt het omdat ik best moe ben na relatief lang en veel werken. Het is een gekke prik achter mijn ogen, een vermoeid gevoel in mijn borst waarvan ik altijd denk dat alleen patiënten dat hebben.

Dokters huilen niet, heb ik ooit geleerd. Of in elk geval: niet hier.

Dus haal ik diep adem, stel een volgende vraag, blijf professioneel. Maar ondertussen denk ik aan mijn eigen kwetsbaarheid. Aan de eenzaamheid waar ik ook bang voor ben. Aan hoe dichtbij dit allemaal eigenlijk altijd is. Dit kan ook zomaar in mijn eigen leven gebeuren met mensen die ik liefheb. 

Zij legt haar hand op mijn arm. Het is een kleine, tere hand.

“Het is goed,” zegt ze. “Je hoeft niet zo je best te doen om het mooi te maken. Zeg het maar gewoon.”

En daar betrap ik mezelf weer: soms ben ik zó druk bezig iemand te beschermen, dat ik vergeet dat mensen vaak sterker zijn dan mijn voorzichtigheid.

Ik vertel het nu echt en eerlijk. Er valt direct een stilte die gelukkig niet kapot hoeft. En wonderlijk genoeg is die lichter in plaats van zwaarder.

Na afloop loop ik de gang op. Ik schrijf het allemaal op in het dossier, maar in mij staat niets op afgerond. Ik ga even een lege verpleegkamer in, sluit de deur en adem. Heel even dokter-af. Heel even gewoon mens.

Ik ben geen onfeilbare professional. Ik doe maar wat ik heb geleerd, met het hoofd dat weet wat moet en een hart dat soms te vol raakt. En elke keer weer hoop ik dat het goed genoeg is.

Dit soort gesprekken wennen nooit en dat wil ik ook helemaal niet. Ik doe altijd mijn best. Maar -hoewel het nooit zichtbaar zal zijn - besef ik altijd weer dat het ook bij mij iets losmaakt.

Gelukkig maar.