In ziekenhuizen en hospices in het Verenigd Koninkrijk en Australië worden de laatste periode de zogenoemde “knuffelbedden” geïntroduceerd: extra brede bedden waarin naasten naast hun dierbare kunnen liggen in de laatste levensfase. Ze lijken op de in Nederland en België al langer toegepaste koppelbedden.
Hospices zoals St. Wilfrid’s Hospice (South Coast) en North Devon Hospice in Engeland, en ziekenhuizen in Queensland en West-Australië, werken er inmiddels mee. Het idee is eenvoudig: meer fysieke ruimte creëren zodat partners, kinderen of kleinkinderen dichtbij kunnen zijn, zonder dat de patiënt het bed hoeft te verlaten of verplaatst te worden.
Wat is een knuffelbed precies?
Een knuffelbed is breder en lager dan een standaard ziekenhuisbed. Het biedt plaats aan twee volwassenen en is stabiel genoeg om samen te liggen. Verpleegkundigen kunnen er nog steeds bij om zorg te verlenen, al vraagt dat soms aanpassingen in de werkwijze.
Een belangrijk praktisch verschil met reguliere bedden is dat veel knuffelbedden geen hoog-laag functie hebben. Dat maakt het minder ergonomisch voor zorgverleners en kan in complexe zorgsituaties lastiger zijn. Teams moeten hier dus bewust mee omgaan en vooraf afwegen wanneer zo’n bed passend is.
Nederland kent dit al in andere vorm
In Nederland is het achterliggende idee niet nieuw. Sinds 2019 gebruiken verschillende instellingen het koppelbed: twee volwaardige zorgbedden die tegen elkaar aan worden geschoven, zodat partners naast elkaar kunnen liggen.
Het knuffelbed kan worden gezien als een ruimere, meer geïntegreerde variant hiervan. Het verschil is vooral praktisch:
Het koppelbed blijft een volledig functioneel zorgbed met hoogteverstelling.
Het knuffelbed is huiselijker en ruimer, maar minder geschikt voor intensieve verpleegkundige handelingen.
De vraag is dus niet of het idee goed is, maar voor welke patiënten en situaties het passend is.

Ervaringen van families
Hospices die met knuffelbedden werken, rapporteren dat naasten het bed als waardevol ervaren. Families geven aan dat het hen helpt om letterlijk dichtbij te zijn, samen te liggen en afscheid te nemen op een manier die normaal in een ziekenhuissetting moeilijk is.
Voor sommige patiënten lijkt deze nabijheid rust te brengen. Tegelijkertijd benadrukken zorgverleners dat een knuffelbed geen doel op zich moet zijn: goede symptoombestrijding, veiligheid en verpleegkundige zorg blijven leidend.
Donaties en maatschappelijke steun
Veel knuffelbedden zijn -net als de koppelbedden door giften vanuit Roparun en de Elfstedenzwemtocht van Maarten van der Weijden - gefinancierd via donaties van particulieren of fondsen. Dat laat zien dat er maatschappelijke steun is voor vormen van zorg die niet alleen technisch, maar ook relationeel zijn ingericht.
Wat betekent dit voor Nederland?
De introductie van knuffelbedden in andere landen nodigt uit tot een praktische discussie in Nederland:
Voor welke patiënten zou zo’n bed meerwaarde hebben?
Hoe combineren we nabijheid met ergonomie en veiligheid voor zorgverleners?
Moeten we investeren in bredere koppelbedden mét hoog-laag functie?
Het onderliggende doel is duidelijk: ruimte maken voor nabijheid in de laatste levensfase, zonder concessies te doen aan professionele palliatieve zorg.
Bron: Engineering & Science.