Een vrouw van veertig komt in het ziekenhuis te liggen met uitgezaaide borstkanker. Ze is al lange tijd palliatief, maar nu gaat het snel. De tumor omklemt haar borstkas als een harnas, waardoor het ademhalen moeilijk wordt. Ze krijgt een hoge dosis morfine tegen de pijn en benauwdheid, maar eigenlijk helpt er niets meer. Ze lijdt zichtbaar en is erg angstig. Haar familie is zeer betrokken, en accepteert het naderende einde, maar de vrouw zelf kan dit nog niet.
Ik zie het vaak in ons ziekenhuis. Laatste loodjes die wel erg zwaar wegen, in een cultuur waar euthanasie taboe is, en praten over sterven lastig is (over de dood spreken is deze uitnodigen). Maar heel vaak laat het naderende einde wel een opening voor een andere optie: palliatieve sedatie. Het is niet altijd nodig, veel mensen sterven op een natuurlijke manier. Maar als het sterven zwaar en pijnlijk is, dan is het fijn om dit achter de hand te hebben.
Bij palliatieve sedatie geven we een rustgevend middel, om het bewustzijn te verlagen. Vaak wordt dit gecombineerd met een pijnstiller, morfine, om pijn en benauwdheid op afstand te houden. Het geen narcose, maar het verlagen van het bewustzijn tot de klachten draaglijk worden. Omdat iedereen anders reageert op de medicatie, is het in het begin vaak erg zoeken naar de juiste dosis. Ik leg dit altijd aan de patiënt en naasten uit, want als de verwachting is dat je met deze medicatie blijft slapen, kan het voor beide partijen traumatisch zijn als iemand toch weer wakker wordt.
Iets anders wat ik altijd goed uitleg, is dat je aan de medicatie niet doodgaat. De patiënt zal tijdens de sedatie overlijden aan diens ziekte. Er worden geen levensverlengende maatregelen meer genomen, dus geen vocht via het infuus, geen voedsel via de sonde en geen zuurstof. Het is dus wel belangrijk om een goede inschatting te maken van het ziekteproces. We zetten pas een volledige palliatieve sedatie in op het ogenblik dat de levensverwachting minder dan drie weken is. Vaak overlijdt de patiënt binnen een paar dagen, maar het kan weken duren. Daar moet je als familie wel op voorbereid zijn. Ik ga dan ook geregeld even bij de patiënt en familie zitten, kijk hoe het gaat, beschrijf waar ik op let, vraag de naasten wat ze zien, en probeer zo goed mogelijk uit te leggen wat we doen, waarom en welk effect het heeft. Dit brengt rust en vertrouwen.
De vrouw slaapt nauwelijks meer van de pijn en de angst, en durft niet alleen te zijn. Ze heeft een kamer voor zichzelf, en er is steeds een familielid aanwezig. Als we zien dat het eigenlijk niet meer gaat, komt de oncoloog uitleg geven over de mogelijkheid van palliatieve sedatie. De naasten vinden dit een goede optie, maar mevrouw zelf is er nog niet klaar voor. Ik stel voor, dat we het protocol en medicijnen klaar gaan zetten, zodat we, als mevrouw hier wel voor kiest, niet hoeven wachten. Een paar dagen later is het zo ver, en beginnen we de sedatie. Tijdens mijn nachtdienst kom ik diverse malen binnen, en wanneer ik zie dat mevrouw onrustig of oncomfortabel is, pas ik de medicatie aan volgens het protocol. In de vroege ochtend ligt ze er rustig bij. De dag erna drijft ze af en toe naar de oppervlakte, tijdens zorgmomenten of de knuffels van haar familie. Maar daarbij lijkt ze rustig en comfortabel. Een paar dagen later overlijdt ze in haar slaap. Een zachte, waardige dood.
Op tien februari 2026 organiseert Carend een webinar over palliatieve sedatue. Meer informatie en inschrijven? Klik hier